De bodem starten en onderhouden

Teel je in volle grond ?

Dan hangt alles af van wat er voordien op die grond geweest is, en hoe de startsituatie van de grond is.
Probeer te streven naar een luchtige bodem, met voldoende organisch materiaal en voedingsstoffen.
Hier zijn een aantal voorbeelden :

Voorbeeld 1 : vanaf een (oude) moestuin
verluchten : lijkt de grond je wat compact (als je niet eenvoudig wortels uit de grond kan trekken) of lijkt er een drogere/dikkere korst op te liggen, dan kan je de bodem best oppervlakkis wat verluchten. Dit doe je best door met een (woel)riek de kluiten grond wat op te heffen en te breken.
Let er hierbij op dat je de donkerdere, bovenste grondlaag niet inwerkt onder de lichtere grond. De samenstelling en het leven van verschillende lagen grond zijn neit gelijk, en blijven best elk op hun eigen diepte.

vrijmaken van onkruid : dit kan, na een moestuin-verleden, gewoonlijk met de hand of schoffel gebeuren. Staat er echt te veel of te hardnekkig onkruid, dan kan je ervoor kiezen om de grond een aantal maanden te bedekken met een karton of waterdoorlatende zwarte doek. Hierdoor zullen de kruiden afbreken onder de deklaag.
→ aanrijken : dit doe je met compost, stalmest of organische meststoffen. Goed verteerde compost of stalmest kan je in de lente aanbrengen, vlak voor je gaat beginnen zaaien en planten. Half of slecht verteerde compost kan je in de herfst aanbrengen, zodat die nog wat verder kan verteren ter plaatse.
Stalmest vers gebruiken is doorgaans geen goed idee. Laat deze mee composteren, of laat deze op een hoop nog verteren voor je’m gebruikt.

In de handel vind je organische meststoffen. Dit is dan bijvoorbeeld gedroogde stalmest, of slachtafval die kant- en klaar kunnen gebruikt worden in de moestuin. Volg hierbij altijd goed de instructies om zeker niet te veel te gebruiken, want het kan straf spul zijn !

bedekken : afhankelijk van wat je zaait en van wat je als compost/strooisellaag hebt toegevoegd, kan het zijn dat je grond al (snel) bedekt is. Zoniet, bedek je deze best, met bladeren, stro, karton, … om het bodemleven te beschermen van een droge, hete omgeving.

Voorbeeld 2 : vanaf een sterk verharde (levensloze), compacte en arme grond

verluchten/opstarten : vanaf een zeer compacte grond is de kans groot dat er niets in groeit, er geen bodemleven inzit en je er misschien zelfs geen woelriek of riek in kan duwen. De spade dient dan, bij de voorbereiding van de grond, om de kluiten grond tot 20 à 30 cm los te krijgen. Deze ‘kerende’ bodembewerking (waarbij je de ondiepe en diepe lagen mengt) wordt afgeraden in de moestuin, maar dat geldt pas eens er leven en een rijkere grond aanwezig is.

organisch materiaal inwerken
Het is zeer belangrijk om tijdig een humus-rijke bodem te vormen. Dit houdt beter water en nutrienten vast. Om dit te bekomen voeg je compost toe, of een grote hoeveelheid plantaardig materiaal dat ter plaatse kan verteren.
Daarnaast zorg je ook voor de nodige voedingsstoffen als je vrij arm (bijvoorbeeld enkel stro) plantaardig materiaal hebt aangebracht. Dit doe je, wederom, door compost, verteerd stalmest, organische meststoffen, plantengier, …op je bodem te brengen.

bedekken : afhankelijk van wat je zaait en van wat je als compost/strooisellaag hebt toegevoegd, kan het zijn dat je grond al (snel) bedekt is. Zoniet, bedek je deze best, met bladeren, stro, karton, … om het bodemleven te beschermen van een droge, hete omgeving.

Alternatief : met verschillende lagen plantaardig materiaal bovenop elkaar kan je zogenaamde ‘lasagne-bedden’ maken. Deze laten toe om een ‘grond te bouwen’ bovenop een slechte ondergrond.
Je vind hierover gemakkelijk meer informatie op internet. Binnenkort schrijven we er ook iets over!

Voorbeeld 3  : vanaf een gras/tuin

vrijmaken van volhardende vegetatie (gras, brandnetels, …). Dit doe je best door al op voorhand de gewenste oppervlak te bedekken (met een dikke laag stro (>20 cm), met karton, met een waterdoorlatend zeil, … Dit laat je een aantal maanden (tot een jaar,afhankelijk van de vegetatie), om de planten eronder te laten verteren.
Heb je geen tijd ? Dan kan je er ook voor kiezen om de bovenste 5 à 10 cm (voor gras, dat typische ondiep wortelt) af te graven en op een hoop te laten verteren. De ‘nieuwe’ grond verlucht je dan met een woelriek en hierop voeg je 10 à 15 cpm compost.

aanrijken indien nodig (gulzige gewassen, of ondiepe donkere bodemlaag (< 15 cm)) met compost, verteerd stalmest, bladeren of gedroogd gras, …

bedekken :
afhankelijk van wat je zaait en van wat je als compost/strooisellaag hebt toegevoegd, kan het zijn dat je grond al (snel) bedekt is. Zoniet, bedek je deze best, met bladeren, stro, karton, … om het bodemleven te beschermen van een droge, hete omgeving.

 

logo Tournesol Zonnebloem Logo Good Food Logo Brussels Environnement

Een opleiding en netwerk op intiatief van Leefmilieu Brussel, verstrekt en beheerd door de vw Tournesol-Zonnebloem